
Na Bangkok zijn we direct naar Koh Samui gegaan, een van de zuidelijke eilanden. Hoewel het erg mooi is, lijkt het erg op Khaosan uitgesmeerd over een eiland. Erg veel sportsbars, hoerententen en 7-11’s. Compleet verve(e)lde Britse gezinnetjes die hamburgers in hun gezicht aan het proppen zijn. 000White Sands, waar wij sliepen, is een van de laatste beachhuts die de druk van het grote geld kan weerstaan. Aan beide kanten omsingeld door betonnen all-inclusive-hells, kun je hier voor 3 euro een degelijk bamboe hutje krijgen. Samui is mooi, maar voelt alsof het op de rand staat van ‘eco-meltdown’, zoals mijn reisgids treffend andere eilanden beschreef.
Twee uur op een catamaran ferry, en je zit op Koh Tao. Nadat alle tatooages op Koh Phangan uitgestapt zijn om tijdens een Full Moon-party te OD’en, zit je ineens tussen een andere, rustigere crowd. Ko Tao staat vooral bekend als duik-walhalla. Het is veel kleiner, met slechts een handvol stranden maar een tiental toplocaties om te leren duiken. Na een omweggetje vallen we voor het aanbod van Coral Grand, omdat een duikbrevet overal hetzelfde kost, en je dan maar net zo goed voor de zaak met zwembad kunt kiezen.

Het gevoel van je eerste adem onder water is moeilijk te beschrijven. Sommige mensen springen direct het water uit omdat ze er doodsbenauwd van worden. Voor mij was het een gevoel van verwondering: alsof je ’s ochtends wakker geworden bent met kiewen.
De cursus (PADI Open Water) duurt drie dagen, ongeveer de helft theorie en de andere helft in het water. Regeltjes, veel nieuwe termen en een harnas vol onbekende apparaten. De theorie is voor een groot deel een middelbare school natuurkunde lesmaand in een dag. Druk, gassen, waterverplaatsing, dat soort zaken. Daarna eerst in het zwembad, en dan… de zee in! Onze groep bestaat uit twee jonge Canadese mannen en een Chinees stelletje, waarvan de vrouw pas drie maanden geleden heeft leren zwemmen. Het lijkt een geslaagde kandidaat voor het rijexamen die gevraagd wordt voor Team McLaren Formule 1 te gaan rijden.
Onstabiel nu, met 15 kilo apparatuur en een beetje zeeziek van de toch best wel ruwe zee. Spring van de boot. Het wetsuit voelt volledig overbodig, wat een heerlijk water. Ademautomaat in, masker op, kijk naar beneden. Donkerblauw, niets te zien. Nog een keer. Bellen. Andere duikers. Vissen. De bodem! Dit voelt als vliegen.
Wachten op het Chinese stelletje dat met moeite naar de boeilijn spartelt. Wat een golven…
Laat je vest leeglopen en vertrouw de apparatuur. Het voelt een beetje als in slaap vallen: gewichtloosheid. Alles gaat traag omdat de wereld gevuld lijkt met blauwe stroop. Nog een paar problemen aan de oppervlakte, even wachten. Wat voelt de lucht droog. Automaat uit en spugen. Zelfs op 3 meter wordt je lichaam meteen leeggeperst. Automaat weer in voor een diepe, geruststellende ademstoot. Zout water en scherpe lucht stromen je mond tegelijk in.
Afdalen. ‘Alles OK?’ gebaar ik naar Michiel, die ergens boven me zweeft. Nadat er genoeg tijd verstrijkt om een klein beetje ongerust te worden gebaart hij terug. ‘Alles OK’.
Het klinkt cliché, maar het is echt zo. Een andere wereld. Andere regels, alsof sommige natuurwetten uitgeschakeld zijn. Vreemde, kleurrijke wezens die je alleen van het scherm kent en daarom net zo echt leken als Barbapapa.
Koh Tao